Onder de loep: belastingkrediet voor Onderzoek en Ontwikkeling

Met het belastingkrediet voor Onderzoek en Ontwikkeling creëert de overheid een fiscaal gunststelsel voor bedrijven die investeren in innovatieve producten en diensten. De formele voorwaarden zijn strikt en worden even strikt toegepast door de fiscus. Een verwittigd man is er twee waard.

Michiel Vlaeminck

Het belastingkrediet voor O&O (BK O&O) geldt uiteraard enkel voor investeringen in O&O. Vennootschappen die kiezen voor dit belastingkrediet kunnen de investeringsaftrek nooit meer toepassen voor octrooien en milieuvriendelijke investeringen in O&O. Het krediet zelf kan op twee verschillende manieren berekend worden, en er zijn diverse materiële en formele voorwaarden.

Berekeningsbasis van het belastingkrediet

Het belastingkrediet kan eenmalig of gespreid toegepast worden. Kies je voor de eenmalige optie, dan wordt het krediet berekend op de jaarlijkse investeringen in O&O en bedraagt het tarief 13,5%. Kies je voor de gespreid betaling, dan wordt het krediet berekend op de afschrijvingen op de O&O-investeringen en bedraagt het tarief 20,5%.

We illustreren dit graag met een voorbeeld.

0
O&O investeringen van €10.000, afgeschreven over 5 jaar
0%
Tarief gespreid belastingkrediet: 20,5%
0%
Tarief eenmalig belastingkrediet: 13,5%
0%
Nominaal tarief vennootschapsbelasting: 25%

Eenmalig krediet: €10.000 x 13,5% x 25% = €337,50

Gespreid krediet: €10.000 x 20% x 20,5% x 25% = €102,50 (en dit voor de volledige afschrijvingsduur

Het belastingkrediet wordt afgetrokken van de verschuldigde vennootschapsbelasting, in tegenstelling tot de investeringsaftrek die afgetrokken wordt van de belastbare grondslag. Het belastingkrediet is na 4 jaar en bij niet-benutting ook terug te betalen, terwijl de investeringsaftrek daarentegen gewoon overdraagbaar is.

Materiële en inhoudelijke voorwaarden

De materiële voorwaarden waaraan de investeringen moeten voldoen, zijn in grote lijnen gelijk aan de voorwaarden die gelden voor de (algemene) investeringsaftrek:

  • het betreft investeringen in materiële of immateriële vaste activa;
  • het zijn nieuwe investeringen;
  • ze werden aangeschaft of tot stand gebracht in het jaar zelf;
  • uitgesloten investeringen (bijvoorbeeld personenwagens) komen niet in aanmerking;
  • het gebruik van de activa mag niet afgestaan zijn aan derden.

Bovendien stelt de wettekst twee inhoudelijke voorwaarden. Het moet gaan om:

  1. ‘vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën’;
  2. ‘en die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken’.

Over wat moet worden verstaan onder de bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling geven noch de wetgever, noch de fiscus meer richtlijnen. Om te beoordelen of een welbepaalde activiteit een O&O-activiteit is of niet, kan je de zogenaamde ‘Frascati Manual’ van de OESO gebruiken (www.oecd.org/sti/frascati-manual-2015-9789264239012-en.htm). Vooral de wezenskenmerken van O&O-activiteiten zijn van belang:

  • nieuw;
  • creatief;
  • onzeker;
  • systematisch;
  • reproduceerbaar.

In de boekhouding

Inzake de geactiveerde kosten van ontwikkeling zal de boekhoudkundige behandeling de fiscale behandeling bepalen. Met andere woorden, als een kost boekhoudkundig in aanmerking komt voor activering als kost van ontwikkeling, dan moet de geactiveerde kost (in principe) in aanmerking komen voor het belastingkrediet. Gelet hierop kan verwezen worden naar het grondige CBN-advies 2016-16 i.v.m. kosten van onderzoek en ontwikkeling.

Inzake de effecten op het leefmilieu besliste de wetgever om die voorwaarde te laten toetsen door een gespecialiseerde dienst per gewest. Voor Vlaanderen is dat de afdeling ‘Partnerschappen met besturen en maatschappij’ van het departement ‘Omgeving’.

Wie een milieuattest wil, moet elk jaar dat de onderneming van het BK O&O wil gebruikmaken bij de dienst een goed onderbouwde aanvraag indienen. Het attest wordt daarna bij de aangifte in de vennootschapsbelasting gevoegd. Meer info in het kaderstuk ‘Hoe vraag ik het milieuattest aan?’

Naast het attest moet ook het formulier 275W bij de aangifte worden toegevoegd. Daarin staat becijferd welke investeringen in aanmerking komen voor het krediet – in het geval van het gespreid belastingkrediet om welke afschrijvingen het gaat – en hoeveel het belastingkrediet precies bedraagt.

Het niet of te laat toevoegen van een van beide documenten kan voor de fiscus een reden zijn om het BK O&O te weigeren voor de volledige investering waarop het gebrek slaat.

Stijn Rasschaert

Hoe vraag ik het milieuattest aan?

Een milieuattest aanvragen kan via een standaardformulier:

In het formulier moet je aantonen dat de nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën effectief een ‘leefmilieueffectbeperkend karakter’ hebben. Je moet bijv. concreet antwoorden op de volgende vragen:

  • Welke nieuwe producten en/of toekomstgerichte technologieën resulteerden uit het O&O onderzoek?
  • Wat willen ze wijzigen t.o.v. de bestaande producten en/of technologieën?
  • Wat is het effect op het leefmilieu van deze wijziging?

De behandeling van de aanvragen durft wel eens vertraging oplopen. Bovendien voorzag de wetgever geen specifieke tijdslimiet. Het kan dus zijn dat je bij het moment van de aangifte nog geen attest hebt. In dat geval volstaat een ontvangstbevestiging van de aanvraag. Ons advies? Vermijd dat je het milieuattest nog moet aanvragen op het moment van een fiscale controle.

Wat met softwareontwikkeling?

Binnen de softwaresector gebeurt heel wat O&O dat aan de voorwaarden van de zgn. ‘Frascati Manual’ (OESO) voldoet. Al die softwareontwikkeling kan dus in aanmerking komen voor het BK O&O. Toch heerst er nog heel wat onzekerheid omdat de wetgever geen rekening had gehouden met softwaredevelopment toen ze de wet schreef.

Zo kan men zich afvragen of software voldoet aan de voorwaarde van het ‘leefmilieueffectbeperkend karakter’. Na rondvraag bij de attestverlenende dienst in Vlaanderen kunnen we stellen dat software de facto voldoet aan de milieuvoorwaarde.

Softwareontwikkeling kan in aanmerking komen voor het BK O&O.

Toch zijn er bij een fiscale controle soms discussies over de voorwaarde inzake het verbod op de overdracht van het gebruik aan derden (van de investeringen). De software blijft dan wel eigendom van de ontwikkelaar, het gebruiksrecht wordt via licenties aan derden verkocht. In strikte zin kan men dus opwerpen dat het gebruik wordt afgestaan aan derden en de investering niet in aanmerking komt voor het BK O&O.

Anderzijds kan men stellen dat software in licentie geven geen ‘overdracht’ is van het gebruiksrecht van de ontwikkelaar. Vergelijk het met de verhuur van een feesttent. De tenteigenaar kan zelf de tent niet gebruiken tijdens de verhuur en draagt dus zijn gebruiksrecht daadwerkelijk over. Hij heeft dus ook geen recht op investeringsaftrek. Bij de verkoop van een softwarelicentie behoudt de eigenaar wel zijn gebruiksrecht. Hij draagt m.a.w. zijn exclusieve gebruiksrecht niet over en heeft dus wel recht op de investeringsaftrek. Hier pleiten nog andere argumenten voor, maar dat zou ons in dit artikel te ver leiden.